
Inclusiever onderwijs: pleidooi voor een regionale en lokale aanpak
In onze landelijke onderwijsorganisatie staat één principe centraal: de scholen vormen het hart in ons besturingsmodel. Als bestuurder zie ik het als mijn taak om scholen te ondersteunen bij het realiseren van hun ambities. Want uiteindelijk draait het om de leerlingen, de leerkrachten en de teams die dag in, dag uit werken aan goed en betekenisvol onderwijs.
Besturen betekent voor mij niet van bovenaf bepalen, maar samen richting geven. Ik wil zichtbaar en aanspreekbaar zijn, zowel intern als extern. Dat betekent luisteren naar teams, dilemma’s bespreken en gezamenlijk keuzes maken. Soms betekent het ook knopen doorhakken en duidelijkheid bieden, altijd in de overtuiging dat we met elkaar werken aan een onderwijsomgeving waarin iedereen tot zijn recht komt.
Een van de thema’s die écht leven in onze scholen en regio, is inclusie. Dat is voor mij geen abstract ideaal, maar een concrete opdracht. Dit wordt ook onderstreept door het VN-verdrag over inclusie, dat ons verplicht om stappen te zetten naar een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Het ministerie van OCW heeft hiervoor een werkagenda en routekaart ontwikkeld, die richting geeft aan de noodzakelijke veranderingen.
Naast een heldere koers hebben we als bestuur met alle scholen een strategisch venster ontwikkeld. Hiermee bieden we onze scholen handvatten om vanuit hun eigen identiteit en context, samen met ketenpartners, invulling te geven aan inclusiever onderwijs. Dit is geen blauwdruk, maar een leidraad: elke school heeft zijn eigen unieke uitdagingen en mogelijkheden. Ons kompas helpt scholen navigeren naar een toekomst waarin iedere leerling zich gezien en gewaardeerd voelt en zich kan ontwikkelen.
Als we blijven kijken naar de beperkingen van systemen en stelsels, zoals de jeugdzorg, jeugdhulp en het onderwijs, komen we niet vooruit. De beweging naar inclusiever onderwijs vraagt om een andere manier van samenwerken. Daarom pleit ik voor een regionale en lokale aanpak, waarin de menselijke maat en persoonlijk contact niet alleen centraal staan, maar ook vanzelfsprekend zijn. En waarbinnen toelaatbaarheidsverklaringen niet meer leidend zijn maar we samenwerken met veel vertrouwen in elkaar.
Voor gemeenten betekent dit collectieve financiering van jeugdzorg en het koppelen van de noodzakelijke capaciteit aan de scholen. Diverse rapporten onderstrepen de effectiviteit én kostenefficiëntie van deze aanpak. Zo wordt (specialistische) expertise en praktische ondersteuning direct beschikbaar voor zowel leerlingen als docenten.
Aanvullend is het cruciaal dat we samen met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs werken aan een expertise- en volumebekostiging. Dit is voorwaardelijk om de scholen die deze maatschappelijke opdracht omarmen, het comfort en de ruimte te geven, om samen met alle relevante en betrokken partners in de regio een meerjarige strategie en aanpak te ontwikkelen en deze ook uit te kunnen voeren. Alleen op deze manier doorbreken we bestaande barrières en zorgen we écht goed voor onze jongeren.
Inclusief onderwijs realiseren is mijns inziens een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het vraagt van ons allemaal lef, betrokkenheid en een open blik. Door elkaar te ondersteunen en samen te werken, kunnen we ervoor zorgen dat ieder kind, ongeacht achtergrond of mogelijkheden, een plek vindt waar hij of zij kan groeien en bloeien.
Laten we samen de volgende stap zetten, voor onze scholen, leerkrachten en leerlingen!
Wat denk jij? Moeten we blijven streven naar volledige inclusiviteit, of is het tijd voor een pragmatische herziening van onze idealen?
– Ruud van Hertum, regiodirecteur Oost Aloysius Stichting
Reageren? Mail naar communicatie@aloysiusstichting.nl